Je bent er niet meer, en dat merk ik aan de kleur van mijn klei,
ik heb wat er van over is, de nagelaten geur in mijn penselen;
ik schrijf neer wat je eens zo machtig mooi tegen mij zei,
dat je tot op het eind van de rit het bed met mij zou delen.
Ik herhaal de vragen van dieren die zich tot mij wenden
En neem daarna een adembenemend middellauw bad;
ik draai me om naar het gezicht van oude bekenden,
en keer terug naar het moment dat ik je bij me had.
Je bent er intussen al langer niet meer, en ik tel de dagen en uren,
tot het moment dat je er wel weer zal zijn.