Na uren stille sneren en verlangen
naar het vuur, naar warm vlees en
uitgestrekte meren
Na uren lanteren en omhangen,
nauwlettend observeren
van je nietszeggende blik
van alle kanten tot het memoriseren
van je droge
laatste snik
en niets meer
Dit wat was, was wat, was alles
dat kon volgen op valsheid
________________________________________
Een venster in de nacht, met sterren overtrokken
en de maan in al haar lauwzachte pracht.
Met een zoetzure smaak van zeezout in de mond
lik ik de parels van de avonddauw.
Genadeloos laat ik de zon voor wat ze is,
ik duik, maak me volledig vis en spartel
verder door het sterrenlicht.
De grauwe nacht is mijn terrein,
mijn eenzame speeltuin.
________________________________________
Je duikt ongevraagd op
uit mijn diepe meren.
De kleinste kleinigheden
vereenvoudigd en omzeild,
ik beklim je en spring naakt van je hoge rots.
Niet eenmaal maar
meerdere keren
Met een fles half opgezopen Schotsch.